



Een dorp met een bijzonder verleden
Wat Trafoi interessant maakt, is hoe zo’n piepklein bergdorpje in relatief korte tijd veranderde van een afgelegen plek in de bergen naar een internationaal bekende bestemming. De aanleg van de Stelviopas in 1820–1825 was daarin hét keerpunt. Ineens werd Trafoi bereikbaar voor reizigers die de bergen wilden ontdekken. Bergbeklimmers, en welgestelde reizigers kwamen voor de ongereptheid naar deze plek. In 1895 werd zelfs het enorme Grand Hotel Trafoi gebouwd, met honderden bedden. Voor zo’n klein dorp moet dat destijds echt een bizarre verschijning zijn geweest. Het hotel brandde in 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog af en werd nooit meer opgebouwd.
Maar misschien vind ik het mooiste verhaal nog wel dat van Gustav Thöni. Hij werd in 1951 geboren in Trafoi en leerde hier als jongetje skiën. Vanuit dit kleine bergdorp groeide hij uit tot een van de grootste skiërs van zijn generatie, met onder andere vier wereldbekeroverwinningen in het algemeen klassement en drie olympische medailles. Zijn familie is bovendien al sinds 1875 verbonden aan het huidige Hotel Bella Vista.
En het is hotel Bella Vista die ons naar deze bijzonder plek lokte... We worden totaal omvergeblazen door dit unieke familiehotel. Stijlvol design én kindvriendelijk, het kan gewoon! Dit unieke berghotel doet zijn naam eer aan want het uitzicht hier is werkelijk fenomenaal. Aan het einde van het dal in Trafoi, in een haarspeldbocht, kijken we uit op de machtige Ortlerbergen. Hotel Bella Vista is onlangs heropend nadat het is uitgebreid met een gloednieuw gedeelte. Met een speels houten design, suites met uitzicht én jacuzzi, een nieuwe wellness en spa, een infinity pool én een waterglijbaan voor de kids. En de gezellige 'Gustav Thöni bar' met panoramisch uitzicht op de bergen. Ongekend mooi en toch super kidsproof.



Nationaal Park Stelvio
Trafoi ligt midden in het Nationaal Park Stelvio. Bij die naam gaat er misschien wel een belletje rinkelen omdat de Stelviopas één van de meest bekende passen van Europa is. Op zijn Duits heet het hier 'Stiflersjoch', op zijn Italiaans 'Stelvio'. Het is één van de grootste beschermde natuurgebieden van Europa: van groene dalen en bossen tot gletsjers en ruige bergtoppen tot bijna 4.000 meter hoogte. Het is een prachtig en ruig landschap en we kunnen niet stoppen met kijken. Vanuit ons hotel hebben we vanuit elke hoek wel uitzicht op de Ortler. We zien het veranderen in de loop van de dag; oranje toppen in de ochtend en de roze gloed in de avond.
Goed startpunt van je avontuur in het Nationaal Park Stelvio is het bezoekerscentrum 'Naturatrafoi', deze ligt naar Hotel Bella Vista.



Drei Brunnen, een vleugje magie
Een sterk verhaal begint meestal met 'volgens de legende'... Zo ook het verhaal van de Drei Brunnen. Volgens de legende zag een herder in 1229 drie waterstralen uit de rotsen komen, waarbij drie kruisen zouden zijn verschenen. Later op deze plek werd een afbeelding van Maria gevonden. Allemaal hele goede redenen om hier de 'Onze-Lieve-Vrouw van de Drie Bronnen' kerk te bouwen (in 1701/1702). Een leuke plek om even naartoe te wandelen en een kaarsje op te steken. Je kan er vanuit het hotel naartoe wandelen maar ook vlakbij parkeren.


Waterval Wandeling Drei Brunnen
"Tofste wandeling ooit", aldus Morris. Deze 'makkelijke' wandeling is helemaal niet zo makkelijk als hij lijkt. Althans, niet voor die Hollandse benen van ons. Er zitten behoorlijk steile stukken in, kleine paadjes vol boomstammen en zelfs een paar stukjes waar je je moet vasthouden aan een kabel. Maar laat dat het nou juist ook een avontuurlijke wandeling maken. Neem route 9 en neem 'm linksom (was de tip van Naturatrafoi en wij vonden het een goeie tip). Wees vroeg, dan is het lekker rustig. We klimmen hoger en hoger en komen onderweg 3 watervallen tegen. Ook zien we de kerk vanaf hier. Toppunt was toch wel het wandelpad dat achter de waterval door liep, heel tof.


Stelvio Pass
De echte bikkels fietsen naar boven natuurlijk, maar wij hebben een goed excuus, want met een kind erbij ga je natuurlijk gewoon met de auto ;) De beroemde Stelvio Pass kent 48 bochten omhoog! In bocht 46 vind je Hotel Bella Vista. Vanaf hier zijn er dus nog heel wat haarspeldbochten te gaan. Een prachtige panoramische route. We krullen hoger en hoger, het landschap verandert langzaam, de temperatuur daalt en eenmaal boven belanden we in een surrealistische wereld. Door de smeltende gletsjer is er nog maar weinig sneeuw op de top. Ooit was deze plek een plek waar je áltijd kon skiën, de eeuwige sneeuw. De verlaten gebouwen herinneren aan vervlogen tijden. Wel stikt het hier van de souvenirswinkeltjes en koffietentjes, voor al die bikkels die de top hebben gehaald. Tip: vanaf hier kan je nog verder wandelen naar 'de top van de drie landen'. Vroeger lag hier de grens van Oostenrijk, Italië en Zwitserland. Vanaf hier kan je nog verder wandelen naar een meer en zelfs langzaam terug wandelen naar Trafoi (een wandeling van ongeveer 4 uur).



Stoeltjeslift naar Furkelhütte
Echt super stom, maar wij hebben deze stoeltjeslift dus helemaal over het hoofd gezien. We hebben hem niet gezien en zijn er ook niet op gewezen. Jammer, want wij vinden het altijd heel leuk om een gondel of lift naar boven te pakken! Soms is het ook leuk om dan vanaf boven weer naar beneden te wandelen. Maar goed, de stoeltjeslift van Trafoi heet de 'Kleinboden' lift en brengt je naar de Furkelhütte op ruim 2.100 meter hoogte. Ik wijs je er daarom maar even wel op :) Het adres is: Via Trafoi 13/A, 39029 Trafoi (Stelvio).
Veel te beleven in Sulden
Op ongeveer een klein half uurtje rijden van Trafoi ligt Sulden (Solda), een klein bergdorp dat nóg hoger ligt, op zo’n 1.900 meter hoogte. Hier is van alles te beleven; Met de kabelbaan kun je vanuit het dorp naar ruim 2.600 meter hoogte, waarna je verschillende wandelingen kunt maken. Voor gezinnen zijn er ook leuke, minder zware routes en bergweides waar kinderen lekker kunnen rondstruinen (de wandeling naar de waterval schijnt een dikke tip te zijn). Een bijzondere plek is het Messner Mountain Museum Ortles, van bergbeklimmer Reinhold Messner. Het museum ligt grotendeels onder de grond en vertelt alles over ijs, gletsjers en de wereld van de hoogste bergen.
Wij zijn zover niet eens gekomen... wij zijn rondom het hotel gebleven, in Trafoi zelf. Daar hebben we het heerlijk rustig aan gedaan en elke dag een wandeling in het Stelvio park gemaakt. Maar mocht je nog wat meer vertier zoeken, dan is dat ook niet ver weg.

En in de winter?
Dan verandert Trafoi in een klein wintersprookje. Het skigebied is niet enorm – en dat is misschien juist de charme. De pistes zijn overzichtelijk, er zijn doorgaans geen enorme rijen en veel accommodaties liggen dicht bij de lift. In Trafoi werd bovendien een van de eerste skischolen van Zuid-Tirol opgericht, al in 1936. Naast skiën kun je er in de winter onder andere sneeuwschoenwandelen en rodelen. En wie meer kilometers wil maken, kan uitwijken naar het nabijgelegen Sulden, op ongeveer twaalf kilometer afstand.
Maar misschien is dát wel het leukste aan Trafoi...
Dat je hier eigenlijk helemaal niet zo veel hoeft.
Je kunt 's morgens je wandelschoenen aantrekken en gewoon de deur uitlopen. Een paar uur later ergens in het gras zitten met een broodje. Lekker dammen bouwen in de rivier. Wandelen naar een waterval. Meer niet. En meer heb je ook eigenlijk niet nodig toch. En je na zo'n fijne buitenavontuur lekker terugtrekke in Hotel Bella Vista. Wat een plek!





































































